1. Het eerste cijfer is twee keer de waarde
van het vierde cijfer en twee meer dan het tweede cijfer. Het derde cijfer is één meer
dan het eerste cijfer en vijf meer dan het vierde cijfer.
Antwoord
2. Het eerste cijfer is gelijk aan de som
van de laatste twee cijfers. Het tweede cijfer is twee keer de waarde van het eerste
cijfer en is ook drie maal de waarde van het vierde cijfer. Het totaal van alle vijf
cijfers is zestien.
Antwoord
3. De eerste twee cijfers vormen een getal,
dat wanneer het gedeeld wordt door het vierde cijfer, het vijfde cijfer als resultaat
geeft. Het tweede cijfer is oneven en hoger dan het eerste cijfer en hoger als het laatste
cijfer. Het derde cijfer is vier keer de waarde van het eerste cijfer.
Antwoord
4. Het totaal van alle vier cijfers bij
elkaar opgeteld vermenigvuldigd met het vierde cijfer is gelijk aan een getal dat gevormd
wordt door de laatste twee cijfers. Het viercijferige getal waar we mee begonnen gedeeld
door het vierde cijfer geeft een driecijferig getal wiens cijfers niet voorkomen in het
originele viercijferig getal. De drie cijfers van het driecijferig getal bij elkaar
opgeteld is acht.
Antwoord
5. Deze is een beetje tricky. De waarde van
het derde cijfer tot de macht drie is gelijk aan de waarde van het eerste cijfer. De
waarde van het tweede cijfer is de helft van het eerste cijfer. De totale waarde van het
originele getal is meer dan 999 en minder dan 1999.
Antwoord
6. Er zijn drie cijfers welke op een
bepaalde manier oplopend zijn. (Het eerste getal tot de macht van het derde plus het
eerste getal), x (het tweede getal tot de macht van zichzelf) x (het derde getal tot de
macht van het eerste getal) = een dag.
Antwoord
7. Geen drie in de vijf cijfers waarover ik
schrijf,
't getal is min een, deelbaar door 2, 4 en 5.
De eerste zal ook de laatste zijn,
Allen samen, drie meer dan een dozijn.
Vier verschillende cijfers 't lijkt een obsessie,
De hoogste in 't midden en 'tis 'n zessie.
Kleiner dan 20000, en zelfs zonder Exel,
Is het vinden van 't getal nu kinderspel!
Antwoord
8. Dit getal is gevormd met 5 opeenvolgende
cijfers maar niet per sé in die volgorde. Het getal gevormd door de eerste twee cijfers
vermenigvuldigd met het centrale cijfer geeft als resultaat, het getal dat gevormd wordt
door de twee laatste cijfers.
Antwoord
9. Vijf cijfers op een rij heb ik gekregen.
Allen zijn uniek -- geen zijn een negen.
Drie zijn oneven, maar niet de rest;
Ze staan om en om - zonder protest.
Het vierde cijfer is de eerste twee keer.
De eerste plus de tweede geeft de derde weer.
Maar let op voordat je ze snel neerpent.
Tel de derde bij de vierde en de laatste is bekend.
Antwoord
10. Het eerste cijfer is eenderde van het derde cijfer. Het
vierde cijfer is tweemaal het tweede cijfer. Het eerste cijfer plus het derde cijfer is
tweemaal zoveel als het tweede cijfer plus het vierde cijfer.
Antwoord
11. Het eerste cijfer van het gezochte getal is het dubbele van
het vierde cijfer en twee meer als het tweede cijfer. Het derde cijfer is het eerste
cijfer plus een en het vierde cijfer plus vijf.
Antwoord
12. Van een getal met zes
verschillende cijfers is het eerste één groter dan het tweede; tweede is één groter
dan het derde; het vierde is één kleiner dan het derde. Het vijfde en zesde cijfer samen
gezien als één getal, is de som van het eerste en het vierde cijfer. De som van alle
cijfers is gelijk aan het product van het derde en vierde cijfer. Wat is het zescijferig
getal?
Antwoord
13.
De waarde van het eerste cijfer is even groot als dat van het vierde cijfer.
De waarde van het tweede cijfer is gelijk aan het produkt van het derde en het zesde cijfer. Het
zesde cijfer is een veelvoud van het vijfde cijfer. De som van alle cijfers is gelijk aan de waarde
van het derde cijfer. Wat is het zescijferig getal?
Antwoord
14. Welk priemgetal bestaat uit vijf cijfers van ongelijke waarde, met de volgende eigenschappen:
- Het vierde cijfer is de helft van het eerste.
- Het tweede en het derde cijfer zijn aan elkaar gelijk.
- De helft van het eerste cijfer is het laatste.
- Het tweede cijfer is het kwadraat van het vijfde.
Antwoord
|