1. Twee namen maken samen dit muziekinstrument. (3, 6)
Wat ben ik?
|
2. Twee namen maken samen dit
speelgoed. (2, 3)
Wat ben ik?
|
3. Twee namen maken samen deze graven. (3,3)
Wat ben ik?
|
4. Twee namen licht overlappend maken samen
deze
gelovige. (8,4) Wie ben ik?
|
5. Twee namen maken samen een bewoner uit
het
midden-oosten (3,4) Wie ben ik?
|
6. Twee namen maken samen bepaalde stukken
op een
schaakbord. (2, 4) Wat ben ik?
|
7. Twee namen maken samen deze verharding.
(3, 4)
Wat ben ik?
|
8. Twee namen maken samen deze republiek.
(5,4)
Wat ben ik?
|
9. Twee namen maken samen deze zoete
lekkernij. (4,3)
Wat ben ik?
|
10. Twee namen maken samen deze aandoening (2,4)
Wat ben ik?
|
11. Twee namen maken samen een oxydatielaag (3,3)
Wat ben ik?
|
12. Twee namen maken samen dit voegwoord. (4,4)
Wat ben ik?
|
13.
Twee namen maken samen deze pop. (5,3)
Wie ben ik?
|
14.
Twee namen maken samen deze Nederlandse plaats. (3,4)
Wat ben ik?
|
15.
Twee namen maken samen dit Europees land. (4,2)
Wat ben ik?
|
16. Twee namen maken samen dit podium. (2,4)
Wat ben ik?
|
17. Twee namen maken samen deze flarden. (3,3)
Wat ben ik?
|
18. Twee namen maken samen deze vrucht. (4,4)
Wat ben ik?
|
19. Twee namen maken samen deze Italiaanse stad.
(4,2)
Wat ben ik?
|
20. Twee namen met dezelfde letters maken samen
één andere naam. (2,2)
Wat ben
ik?
|
21. Twee namen beschrijven wat eigen is aan
mijn soort. (4,4)
Wat ben ik?
|
22. Twee namen samen staan heel laag in de
muziekwereld. (3,4)
Wat ben ik?
|
23. Twee namen maken samen dit muziekinstrument.
(3,5)
Wat ben ik?
|
24. Twee namen maken veel kapot op de langeduur.
(3,5)
Wat ben ik?
|
25. Twee namen maken samen een koude lekkernij.
(3,3)
Wat ben ik?
|
26. Twee namen maken samen deze tuin. (2,4)
Wat ben ik?
|
27. Twee namen samen is glijden op het
glad. (3,3)
Wat ben ik?
|
28. Twee namen maken samen deze zouten.
(3,5)
Wat ben
ik?
|
29. Drie namen maken samen dit muziekinstrument.
(3,3,2)
Wat ben
ik?
|