![]() |
1. Teken een driehoek (maakt niet uit wat voor een).
Benoem de hoeken ABC. 2. Deel elke zijde van de driehoek in vier gelijke delen! 3. Nu moet je 3 punten gemarkeerd hebben op elke zijde (de hoeken zelf niet meegeteld). Trek een lijn van hoek A naar het punt het dichtst bij B (niet B zelf) op lijn BC. Trek een lijn van hoek B naar het punt het dichtst bij C (niet C zelf) op lijn AC. (Zie figuur hiernaast) |
| Trek een
lijn van hoek C naar het punt het dichtst bij A (niet A zelf) op lijn AB. Deze drie lijnen
vormen nu een andere driehoek midden binnen de originele driehoek. De vraag is, wat is het
oppervlak van de nieuwe driehoek in verhouding tot de orinele driehoek? (d.w.z, vind de
oppervlakte van de nieuwe driehoek veronderstellend dat de originele driehoek oppervlakte
1 heeft). |
|
Oplossing
(niet voor doorzetters)