- Dit is de man, en dit is zijn ______.
Antwoord
- Have a break, have a ______.
Antwoord
- I'd like to buy the world a ______.
Antwoord
- Al het goeie komt van ______ koeien.
Antwoord
- ______, omdat ik het waard ben. U toch ook?
Antwoord
- ______, wat er ook gebeurd!
Antwoord
- Foutje Bedankt. ______.
Antwoord
- Zo nu eerst een ______.
Antwoord
- Echt ______. Antwoord
- De vriendelijke specialist. ______.
Antwoord
- Steeds verrassend, altijd voordelig. ______.
Antwoord
- Onbegrijpelijk lekker! ______.
Antwoord
- Ik durf het bijna niet te vragen, maar mag ik even?
______ Antwoord
- ______, twee kleuren in een pottie.
Antwoord
- Alleen voor beschuit kom ik eruit! ______
Antwoord
- Bedenk goed wat je met je laatste ______ doet.
Antwoord
- Wast een berg, kost een beetje. ______
Antwoord
- ______ opent je wereld.
Antwoord
- ______, je zou er bijna zelf gaan wonen.
Antwoord
- Komt tijd, komt ______.
Antwoord
- ______ bederft je eetlust niet.
Antwoord
- Hij stoft en hij veegt en hij zuigt. ______
Antwoord
- Alleen als hij ijs- en ijskoud is! ______
Antwoord
- Topfokkers bevelen het aan, ______.
Antwoord
- Lets make things better. ______
Antwoord
- ______, de verrasssende groenten van vandaag.
Antwoord
- ______, heerlijk knapperig, heerlijk romig.
Antwoord
- Be inspired, ______ Antwoord
- ______, wie anders! Antwoord
- Je voelt je lekkerder in een ______.
Antwoord
- ______, twisted to fit.
Antwoord
- ______, every time a goodtime.
Antwoord
- LIKKEBAARDENDLEKKERLESSENDKOELDRINKEND
FRISDRINKENDSTEMMENSMERENDRAZENDFLITSEND
SNELVIBRERENDKOELKOELKOELSISSENDE... ______!
Antwoord
- A ______ a day helps you work rest and play.
Antwoord
- De ______ maakt het makkelijk.
Antwoord
- Iedereen meer pit met ______.
Antwoord
- ______ Brengt mensen dichterbij. Antwoord
- .., 28, 29, 30, en schoon is uw kunstgebit! Met
______. Antwoord
- En je maakt gewoon een lekkere jus. Met ______.
Antwoord
- ______, da's pas fijn! (Goed gedaan jochie)
Antwoord
- Altijd maar weer die
______! Antwoord
- Soepie? ______ Antwoord
- Ik vinnut gewoon lekker!
______ Antwoord
- Je bent thuis waar je ______ drinkt.
Antwoord
- ______, de wakkere krant van Nederland.
Antwoord
- Geen cent teveel hoor! ______
Antwoord
- Dat zeg ik! ______! Antwoord
- Het hagelt, het hagelt, grote korrels
______ Antwoord
- Met de ronde top, logisch hè. ______
Antwoord
- Beetje vreemd, maar wel lekker! ______
Antwoord
- Ach moet het, drie glazen ______ per dag, dat doet het.
Antwoord
- Wij zorgen ervoor. ______
Antwoord
- Zeg, ik ben de ______ niet!
Antwoord
- O, Thomas! ______ Antwoord
- O, ze doen de micro-wave! ______ Antwoord
- Voor elkaar. ______
Antwoord
- Cha, cha, cha, wat zullen we eten, cha, cha,
cha, wie zal dat weten, wie is de man die mij dat zeggen kan, ______
Antwoord
- Met ______ kan je meer. Antwoord
- ______ Brengt mensen dichterbij. Antwoord
- ______, als je voor pret bent..... Antwoord
- Ik hou van lekker fris ik hou van lekker anders, ik
hou van lekker anders lekker fris. Ik hou van bruin ik hou van wit, ik hou van brood waar
fris op zit! Dus als je iets op tafel zet, 't is lekkere frisse ______ ! Antwoord
- Welleke andere? ______ Antwoord
- Heerlijk, helder, ______ .
Antwoord
- Where ever you go, go
______. Antwoord
- Gadverpielekes! ______ pas lekker!
Antwoord
- Sterk spul he? die ______ ! Antwoord
- Only ______ Antwoord
- Ik ga bij Japie wonen... ______ Antwoord
- Sommige dingen zijn onbetaalbaar, voor de rest ______
Antwoord
- Tuut tuut! Dat is snel, dat lijkt _______ wel Antwoord
- Niet vergeten, _______ eten! Antwoord
- Leuker kunnen we het niet maken, wel
makkelijker. Antwoord
- Jazeker de ______ Antwoord
- Waar zouden we zijn zonder de ______
Antwoord
- Mag ik ______ magnetronmenu van U?
Antwoord
- Take it easy, take a ______.
Antwoord
- ______. Dat rijdt Super.
Antwoord
- Waarom moeilijk doen als het ______ kan. Antwoord
- Auw! Hout schreeuwt om ______.
Antwoord
- Eén lepel is al voldoende. ______.
Antwoord
- ______ kan niet krassen. Antwoord
- Altijd leuk om anderen jaloers te maken. ______ Antwoord
- ______ Brengt mensen dichterbij. Antwoord
- ______, oeh dat smaakt. Antwoord
- Het beste onder de zon. ______ Antwoord
- ______ houdt de huid gezond. Antwoord
- ______ daar heb je meer aan. Antwoord
- Doet u eens een ______ toetje na. Antwoord
- Boer, bakker, ______. Antwoord
- Als ze bestaan werken ze bij _____. Antwoord
|