Rijmpuzzels




~~~'***'~~~


6. Wel, U boft O edele rekenaars
de Aardse vraag van wisse dienaars
aanspoort meestal uitermate
God - en hij dicteert deze sonate...

Nu bedenk vaak bij dit rijmwerk dat
de cijfers opvolging wordt onderschat
en daardoor vergeten, door U onderkent
beproef 't hersen-mankement...

Welk een geheim schuilt in het rijm?


Antwoord
7. Twee letters zijn er, en echt niet meer,
maar met drie word ik geschreven telkens weer.
In 't Engels, klink ik als één letter en ook als een beest,
geen enkele van ieder's letters is ooit in de ander geweest.
Het beest en ik zijn elk drie letters groot.
en kun je van twee kanten lezen zonder enig gekloot.

Wie ben ik?
en Wie is mijn Engelse raadselgenoot?


Antwoord
8. De muur wankelde en is niet meer,
Ik zing fijn en vecht met een geweer.

Nieuwe haring? Wie maakt mij los,
Groot is de Colossus van Rhodos.

Fermat's getallen, stellingen klein en groot,
Later in Ardennenoffensief vonden velen de dood.

Ötztaler Alpen om haar alpenflora bekent,
Fiere scherenkust, door 't glaciale sediment.

Bonaparte ervoer een nederlaag bij Waterloo,
Ik Ceasar, loop trots over de vlakte van Po.

Port geoogst uit het gebied langs de Taag,
Solo bezoek ik het Prado erg graag.

Antwoord
9. Mythen & Sagen

Op een een dag 't was in Athene,
Ik kan niet zeggen dat het me spijt,
Bedacht de koning van Mycene,
Maar zo raak ik die lastpost kwijt.
   Hoe heet deze Koning?

Hij plande de eerste opdracht,
een taak moeilijk zelfs voor de goden,
en dacht, "Hier heb ik lang op gewacht",
Hij zal die leeuw niet kunnen doden.
   Wat voor Leeuw?

Teleurgesteld bedacht hij een tweede,
Want neef kwam terug met een leeuwenhuid,
Versla dan dit monster met één zwaardsnede,
Het zal hem niet lukken was zijn besluit.
   Hoe heet dit monster?

Snel acht nieuwe taken verzonnen,
Neef had ook weer ditmaal succes,
Al gaf de koning zich niet gewonnen,
maar neef leerde ze allemaal de les.
   Hoe heet de neef?

De voorlaatste taak was zwaarder,
Steel het fruit, een fortuin in goud,
Neef misleidde de Hesperiden's vader,
En volbracht de taak met eenvoud.
   Wat voor fruit?

De laatste taak, ga naar de wereld onder,
En haal de wrede driekoppige hond,
Neef greep hem krachtig, zonder gedonder,
en bracht het dier boven de grond.
   Hoe heet de hond?


Antwoord
10. Vier Dingen

Ik nam Vier Dingen in mijn hand,
Samen vormden zij een bond,
Ik sneed er een Ding vanaf,
Maar Drie Dingen vielen op de grond.

Plots aanschouwde ik een wonder,
Het leek wel echt magie,
Want toen ik weer in mijn hand keek,
Zag ik Vijf Dingen, niet drie!

Verklaar?

Antwoord
11. De Sqaid

Een massief object, noem 't even Sqaid,
Ik nam het in mijn hand,
vier dingen aan de Sqaid zag ik,
't was al met al, amusant.

Ik bekeek de Sqaid van elke kant,
Vanachter en vanboven,
Alle zijden bleken even lang,
Ik kon 't bijna niet geloven.

Ik sneed een ding af van het object,
Maar vier dingen vielen op de grond,
In mijn hand niet langer meer een Sqaid,
verbazing kwam terstond.

Een massief object, noem 't even Stuk,
Ik hield het in mijn hand,
Zes dingen aan het Stuk zag ik,
't was al met al, frappant!

Wat hield ik in mijn hand?


Antwoord
12. Zij die achteruit lopen vieren de zege.
Het team heeft geen centimeter toegegeven,
De tegenpartij stapten vier meter naar voor.
En verloren ditmaal de match daardoor.
Waar gaat het over?


Antwoord
13. Met vijfhonderd aan het eind,
en ook zo het begin.

Vijf in het totaal,
en ook zo er middenin.

Met een insectenkop,
en ook zo een Chimaera-staart.

Maken een reuzendoder,
en ook zo een koning waard.

Wie of wat ben ik?


Antwoord
14. We zijn iets wat in jou functioneert,
Maar als je ons eerste stuk omdraait,
En er iets even langs voor aan vastnaait,
Krijg je wat je zeker met ons associeert.

Nog even verder gaat ons gedicht:
Zou je dit voorgevoegde stuk omkeren,
En het nieuwe resultaat interpreteren,
Dan wordt alles te gronde gericht.


Antwoord
15. Ik ben een woord waarin zich 10 letters bevinden.
Mijn 4,2,8,1 draait mee met alle winden.
Met mijn 3,6,1,5 daar betaalt men mee.
Mijn 2,3,4,5 is mijn 7,6,5,9,10 deelbaar door twee.
Deel mijn geheel en het wordt donker en effen.
Maar ongeschonden, met zang niet te overtreffen.
Wie ben ik.


Antwoord
16. Als ravage gevaar brengt,
en barden zingen benard.
Wat zou dan uw repliek zijn,
Na het horen van die bard?



Antwoord
17. Meneer Ovaal was helemaal kaal,
Begon zijn dag steeds met een ei.
Licht gekookt, met worst gerookt,
En twee sneetjes toast erbij.

Meneer Ovaal was erg royaal,
Maar kocht noch kreeg ooit 'n ei.
Geen geleen, ook stal hij er geen,
En hield ook geen kippen, zei hij.



Antwoord
18. Er waren eens boswachters twintig plus negen.
Allen wilden een grot bezoeken, nabij gelegen.
Er waren boswachters met een grote of kleine lamp.
"Maar enkel 100 batterijen" hoorde men in 't kamp.

Vier batterijen moesten er in de grote gaan.
Een kleine lamp gaat met één minder aan.
Eerst worden de grote lampen met batterijen gevuld.
Op de rest wachten de kleine lampen met geduld.

Hoeveel grote en kleine lampen zijn er?



Antwoord
19. Ik ben maar klein, maar word ik groot,
dan zaai ik vaak nood en dood.
Onthoofd mij en ik word een gebied,
waar men rustig van de natuur geniet.
Onthoofd mij weder, ga terug in tijd,
daar bevatte ik geheel de mensheid.




Antwoord
20. Een rij van vier cijfers in waarde alhier
ligt boven zevenduizendnegenhonderdenvier.
Maar in tweeën gedeeld, 't is 'n raar geval
geeft de som van beiden getallen, een niemendal.




Antwoord
21. Vier en twintig grote burgemeesters,
zaten kwetterend op de steven.
Ik schoot op één zevende deel van hen,
hoeveel fladderaars in leven bleven?




Antwoord
22. Vier mussen vonden een kom met zaad,
hun ogen sperden bij zo'n overdaad.
Neem beurtlings ieder twee, das best,
en dan een derde van van de rest,
zei Pip, ik eerst, dan Pep, dan Pop,
en Pap als laatste dan is het stop.

Das niet eerlijk piept Pap verwart,
ik heb twee minder dan half Pep's part.
Oude Pip was baas, zijn woord is wet,
dus kleine Pap wordt maar minder vet,
en kreeg deze keer een kariger maal.
Hoeveel zaadjes waren er in totaal?

Als Pap heeft gepakt dan was het stop
maar dan zijn nog niet alle zaden op.
Neef Pup arriveert en ja hoor, hup,
Pip geeft het restant geheel aan Pup.
Pup heeft één meer dan half Pip's deel,
en Pap vindt zo verdelen niet echt fideel.



Antwoord
23. Ligt in het midden van het binnenhof,
en in het centrum van Amsterdam,
Meer bij vrienden dan bij vijanden,
Het komt twee keer in elke onderneming.

Je vindt het midden in Beieren,
en in de kern van ieder doperwt,
regelmatig tussen gezetenen,
je leest het aan het begin en eind van elke editie.

In groepen bij zeeeenden,
en je vindt het te midden van verveling,
en halvewege een komedie.
en vaak bij een nawee.



Antwoord

 


Hier vind je een gedicht dat een beetje merkwaardig is. Het is
schijnbaar zo, dat de schrijver in elk woord één letter fout
geschreven heeft. Kunt U het gedicht weer goed maken?
De letters ij worden als één letter geteld.


~~~'***'~~~



Gij, wie zinnen, Glij dan binnen,
Wien we loze aren vaan.
Loze, kant wij loeren zede
Long gelok in liefde-lede
Voze fijn je skille aren
Ols tree zieken lich verslaan.

Gij wie loden, Voor we toden,
Pien ge bange oren zwort,
Wont we brenden brede blagen
Wie pet foeilijk os we vragen,
Kwart lijn oren, Wie we loornen
Wrijven ik vet mensenhort

Gij wie dramen -- Bot ren kamen
Aren ik eer prijs gewaar.
Aren, moegewijd van borgen,
Door hot leden, door let zorgen,
Prijs pijn t' oren, alt je bommer
Op vet daagvijks broed ontstaar.

Gij, wie sterren -- Gij beërren
Gitte ijren -- 'n os je Rost!
Neergetallen -- uitbestreden
Dokt dun'n gitte kloed je zeden.
Git pijn t'oren, door die lachten
Zot je stalle Rood ben kost.

Antwoord

Alle items Copyright © door de respectievelijk auteurs, Alle Rechten Gereserveerd.

Terug