1. Ik heb vleugels dus in een vlucht,
zoek ik een partner in de lucht.
Ik heb geen mond, voor eten geen tijd,
ik moet vandaag paren en mijn eitjes kwijt.
Wie ben ik?
|
2. Een schepsel ben ik, die erg bedreven,
supersnel beweegt, niet alleen bij mijn sexleven.
Ik ben niet bekend om mijn zangkunst,
dat ik negeilv kan geeft toch geen afgunst?
Wie ben ik?
|
3. Herhaaldelijk verander ik tijdens mijn "stoere" leven,
Ik wissel van geslacht, 't is mij om het even.
Ik sta bekend als een stimulant voor de lust,
en ik huisvest me meestal dichtbij de kust.
Wie ben ik?
|
4. Ik heb drie monden, het is echt waar,
Met ieder honderd tanden, ben ik sneller klaar.
Ook al veroorzaak ik even wat pijn,
ik werd vroeger gebruikt door de chirurgijn.
Wie ben ik?
|
5. Sommigen van mijn familie zijn gehecht
aan hun pand,
met die bij de Hoogovens heb ik helemaal geen band.
Anderen gaan door het leven, helemaal bloot,
voor mij is zout als een mes dat dood.
Wie ben ik?
|
6. Ik heb het uiterlijk van een
prehistorische reus,
en draag indrukwekkende haren op mijn neus.
Jullie mensen zijn net gekken,
want gebruiken die om jullie lust op te wekken.
Wie ben ik?
|
7. Geen moerbeiboom is voor mij veilig,
want draadjes spinnen is mij heilig.
Zodra ik echter een huisje in elkaar steek,
maken jullie het in lauw water week.
Wie ben ik?
|
8. Bij gevaar doe ik een stapje opzij,
ook al heb ik fikse klauwen bij.
Met land en water sta ik op goede voet,
en in blikjes doe ik het ook wel goed.
Wie ben ik?
|
9. Bij jullie mensen ben ik legendarisch,
hoewel, die sprookjes zijn eigenlijk hilarisch.
Jullie bouwen dorpen voor mij als huis,
maar op een paal voel ik me het beste thuis.
Wie ben ik?
|
10. Jullie stoppen me in een kooitje,
want anders wordt het al gauw een zooitje.
Ik kan namelijk poppen als de neten,
dat zullen ze daar in Australie inmiddels wel weten.
Wie ben ik?
|
11. Ik heb slagtanden, 't zijn echte goeie,
maar ze stoppen nooit met groeien.
Je vindt mij vaak in groepen op het strand,
ik ben een dikke kozak die leeft in zee en land.
Wie ben ik?
|
12. Ik vis en waad met plezier in meren,
het voedsel wat ik vind kleurt mijn veren.
Zonder dit voedsel ben ik grijs als een muis,
maar de zwartpuntige snavel staat als een huis.
Wie ben ik?
|
13. Soms 4 jaren lang reis ik de wereld rond,
tijdens die trip zet ik geen voet aan de grond.
Twintig seconden dutjes, ik slaap in de lucht,
alleen voor het broeden onderbreek ik mijn vlucht.
Wie ben ik?
|
14. Relatief kom ik van het grootste ei,
geen ouders te zien met voedsel voor mij.
Er is een vrucht die deelt mijn naam,
ik ben bedreigd, maar mij treft geen blaam.
Wie ben ik?
|
15. Twee meter vallen is het aller
eerste wat ik doe,
ik kan bijna meteen lopen maar vraag niet hoe.
Drinken is een toer, en als ik dut dan blijf ik staan,
het is veiliger zo, om aanvallen snel uit de te weggaan.
Wie ben ik?
|
16.
In mijn eentje stel ik niet veel voor,
maar we zijn normaal met velen, hoor!
We bouwen dan ware wolkenkrabbers om in te wonen,
met grote kamers voor onze dochters en zonen.
Wie ben ik?
|
17.
Meestal hang ik wat aan een tak,
en slapen dat is zowat mijn vak.
Maar heb ik er de pee in, dan
zie je dat ik hard rennen kan!
Wie ben ik?
|
18.
Van mij hebben ze er maar een paar geteld,
ik ben als soort in Nederland bijna geveld.
In Limburg zijn ze naar mij uit aan het kijken,
in de hoop dat ik niet voor de industrie hoef te wijken.
Wie ben ik?
|
19.
Opvoeden is een kunst die ik niet versta,
vandaar dat ik naar adoptiegezinnetjes zoeken ga.
Uit het geluid dat ik weet te produceren,
kun je mijn soortnaam leren.
Wie ben ik?
|
20.
Ruiken kan ik verdomde goed,
op kilometers afstand bespeur ik al bloed.
Jullie mensen durven vaak niet dichtbij te komen,
omdat ik wel eens een hapje schijn te hebben genomen.
Wie ben ik?
|
21.
In Shaolin kringen ben ik een geëerd lid,
mijn voorpoten omhoog 't lijkt alsof ik bid.
De gewone kakkerlak en ik hebben dezelfde voorvaderen,
vliegen moeten erg voorzichtig zijn als ze mij benaderen.
Wie ben ik?
|
22.
In films speel ik mee, die alle kinderen kennen,
ik word gecast voor mijn snelle rennen.
Texas coyotes zien mij als een maal,
maar voordat hij mij kan pakken, ben ik aan de haal.
Wie ben ik?
|
23.
Er is nog een dier met dezelfde naam,
ik ben groter en heb veel meer faam.
Met een Italiaanse auto heb ik iets,
en met mijn baan bij Wee & Ef verdien ik niets.
Wie ben ik?
|
24.
Voor mijn eitjes word ik gejaagd,
in hoge kringen zijn die zeer gevraagd.
Vervolgd door de jagers in de Kaspische zee,
alwaar ik langgeleden leefde, heel tevree.
Wie ben ik?
|
25.
Ze zeggen dat ik de luidruchtigste geleedpotige ben,
Als ik opgewonden raak speel ik mijn drums zo hard ik ken.
Als de vleugelloze nimf en ik samen vormen een paar,
ziet men mij pas weer na dertien jaar.
Wie ben ik?
|
26.
Van de fazantensoorten ben ik de "bit"
daarom gaan wij vaak gedrieën aan het spit.
Het wordt gezegd, niet dat ik me eraan stoor,
dat er iets goed mis is met mijn gehoor.
Wie ben ik?
|
27.
Een jager ben ik met grote kracht,
ik vang mijn prooi, maar nooit in de nacht.
In de Alpen lucht ben ik een kei
Als ik je vervolg dan ben je erbij.
Wie ben ik?
|
28.
Nadat ik heb gegeten, denk je dat ik ga slapen,
omdat je me daarna steeds ziet geeuwen en gapen.
Dit gedrag is echter geen evolutionair gebrek,
'tis het weer in elkaar grijpen van de benen in mijn bek.
Wie ben ik?
|
29.
Ik maak een hoop goed,
en leef op grote (voor)voet.
Men is mij vaak liever kwijt dan rijk,
maar zet mij toch niet aan de dijk..
Wie ben ik?
|
30.
Ik roep, terwijl u ziet, maar u hoort mij niet. Ik neem u wel waar, dus pas op voor uw haar. Wie ben ik?
|
31.
Mijn naam wekt alleen de schijn bij niemand erg welkom te zijn. Mijn neef Gijs woonachtig in Duckstad heeft dat probleem nooit gehad
Wie ben ik?
|
32.
Ik ben lomp en best wel zwaar, Ik ben vaak vies, dat is waar, Je kunt me wassen, slechts één keer, daarna ben ik er niet meer.
Wie ben ik?
|
33.
Ik ben helemaal geen echte rekenaar, Ik breng goede dingen, maar ook gevaar. Al die operatoren, ach weet ik veel, ik vermenigvuldig gewoon als ik deel.
Wie ben ik?
|
34.
Ik ben een lastig dier en als ik niet verder wil gaan, denk dan goed na voordat je gaat slaan
Want als de mepper recht in mijn ogen kijkt, Is er niet een die mijn wraak ontwijkt.
Wie ben ik?
|