1. "Ik kan daar niet aanleggen," zei
kapitein Jan _______.
|
Antwoord |
2. "Er wonen 123.456.790 mensen in dat
land," zei Jan _______.
|
Antwoord |
3. "Deze houten puzzel moet ik netjes
schuren, zei Jan _______.
|
Antwoord |
4. "In de lijst van kraaiachtigen mis
ik er een," zei Jan _______.
|
Antwoord |
5. "Ik ben gisteren mijn pet
verloren," zei Jan _______.
|
Antwoord |
6. "Die puzzel gaat nergens over,
" zei Jan _______.
|
Antwoord |
7. "De opmaak van dat document is een
allegaartje," zei Jan _______.
|
Antwoord |
8. "Ik wed dat ik je camera snel kan
repareren," zei Jan in een _______.
|
Antwoord |
9. "Ik heb nog geen letter van het
eerst hoofdstuk af," zei Jan _______.
|
Antwoord |
10. "Ik heb vandaag nog geen kopje
koffie gekregen, "zei Jan _______.
|
Antwoord |
11. "Jullie hebben mij echt bij de neus
genomen," zei Jan _______.
|
Antwoord |
12. "De vandalen hebben heel het
voetbalveld gesloopt," zei Jan _______.
|
Antwoord |
13. "De Ph-waarde van het drinkwater
kun je meten," zei Jan _______.
|
Antwoord |
14.
"De sint zat te denken, wat hij jou zou geven, " zei Jan _______.
|
Antwoord |
15.
"Sinds die operatie werk ik minder in de tuin," zei Jan _______.
|
Antwoord |
16.
"De cirkel heeft geen begin," herhaalde Jan _______.
|
Antwoord |
17.
"Over het afkalven van waterkanten kan ik uren praten," zei Jan _______.
|
Antwoord |
18.
"Zonder ramen zie ik het niet meer zitten," zei Jan _______.
|
Antwoord |
19.
"Op dit mes kun je op je blote kont naar Rome rijden, zei Jan _______.
|
Antwoord |
20. "Maar dit zijn aardappelen, uien en wortels!" riep Jan _______.
|
Antwoord |
21. "Ben ik aangenomen?" vroeg Jan _______.
|
Antwoord |
22. "Computers werken met nullen en enen," zei Jan _______.
|
Antwoord |
23. "Nu begrijp ik het", zei Jan _______.
|
Antwoord |
24. "De voorbereidingen zijn klaar", zei Jan de koorddanser
_______.
|
Antwoord |
25. "Ik mis een vingerkootje", zei Jan _______.
|
Antwoord |
26. "Dotteren? Daar moet ik niks van hebben', zei Jan _______."
|
Antwoord |