Tweelingen I



Bij deze puzzel zijn steeds twee of meer tweeling-woorden weggelaten.


~~~'***'~~~



1.  Het zal wel veel overtuigingskracht kosten voordat de oudjes zich in die gammele _____ _____.
Antwoord
2.  In het oude Schotse kasteel zag men vaak _____ _____.
Antwoord
3.  De lakse advocaat liet de getuige pas na _____ _____.
Antwoord
4.  De slinkse pokerspeler moet om te winnen op _____ _____.
Antwoord
5.  Op het kuuroord kon men in verschillende _____ _____.
Antwoord
6.  Volgens de overlevering moest een ster de drie _____ _____.
Antwoord
7.  Om meer te willen leren, zullen leergierige studenten steeds nieuwe _____ _____.
Antwoord
8.  Het toileteren was in het ziekenhuis een probleem, er bleven soms mensen in de _____ _____.
Antwoord
9.  De jongleur kon met een hand met zes _____ _____.
Antwoord
10.  Voor een nieuwe prothese moest de man uit verschillende tinten _____ _____.
Antwoord
11.  De deltavliegers konden veilig in de _____ _____.
Antwoord
12.  De jongen gaf de afstand door die zijn _____ _____.
Antwoord
13.  De vrienden kunnen de cijferpuzzel niet oplossen, omdat zij niet op de _____ _____.
Antwoord
14.  De kunstenaar kon soms op een dag drie _____ _____.
Antwoord
15.  Het gaat eerst in de hel vriezen voordat baronnen en _____ _____ _____.
Antwoord
16.  Rond de strooppot zag ik een paar ______ ______.
Antwoord
17.  Vanwege mond- en klauwzeer mogen de boeren hun schapen niet meer in de ______ ______.
Antwoord
18.  Ik laat vuile was altijd ______ ______.
Antwoord
19.  De hotelgasten lieten de eigenaar op hun ______ ______.
Antwoord
20.  De ongediertebestrijder liet een doos met ______ ______.
Antwoord
21.  Weet jij wat voor mensen er in die dure ______ ______?
Antwoord
22.  De seizoenswerkers moesten in het veld de hele dag ______ ______.
Antwoord
23.  Tegen weer andere seizoenswerkers zei de archaisch sprekende aardappelteler: "Dat men de groene late zitten en de ______ ______."
Antwoord
24.  De net zo archaisch sprekende legerofficier: "Dat niemand met zijn ______ ______!"
Antwoord
25.  De archeoloog kon maar moeilijk de waarde van die ______ ______.
Antwoord
26.  Dit is zoveel meel, dat kun je het beste met ______ ______ ______.
Antwoord
27.  De verlader riep naar boven: "Laat de ______ ______!"
Antwoord
28.  Even later riep dezelfde verlader naar beneden: "Laat die ______ ______!"
Antwoord
29.  Ik wil de bladeren droog hebben, dat is waarom ik tegen de ______ ______.
Antwoord
30.  De ene rijstkorrel zei tegen de andere: "Ik hoop dat ik bij jouw in de ______ ______."
Antwoord
31.  Ik koos zelf voor nummer twaalf, maar ik dacht dat de anderen naar ______ ______.
Antwoord
32.  Ik hoorde de ezels bij die stapel ______ ______.
Antwoord
33.  Ik zag hoe hij zijn waswater in de ______ ______.
Antwoord
34.  Met de juiste muziek erbij kan ik wel twintig ______ ______.
Antwoord
35.  De architect kon gemakkelijk het aantal ______ ______.
Antwoord
36.  De verkoper moet voor een klant soms wel acht ______ ______.
Antwoord
37.  Het huis is gered doordat zij op tijd die ______ ______.
Antwoord
38.  Hij vindt het niet leuk dat ik hem elke keer met het verhaal van die verbogen ______ ______.
Antwoord
39.  In die donkere steeg vol oude lepeltjes en zilverpapier zag ik laatst twee ______ ______.
Antwoord
40.  De winkelier vroeg zich na de inbraak af waar zijn ______ ______.
Antwoord
41.  Als straks de Baltische bezoekers komen, moet je vooral op de ______ ______.
Antwoord
42.  De telefoon ging net toen ik aan de ______ ______.
Antwoord
43.  Het is omdat we met twee families in deze boerderij willen wonen, dat ik de ______ ______.
Antwoord
44.  De vogelverschrikker had ______ ______.
Antwoord
45.  Op antiekveilingen heb ik geen belangstelling voor tin, ik ben meer een ______-______.
Antwoord


Alle items Copyright © door de respectievelijk auteurs, Alle Rechten Gereserveerd.

Terug|Deel II