1. Het zal wel veel overtuigingskracht kosten
voordat de oudjes zich in die gammele _____ _____.
|
Antwoord |
2. In het oude Schotse kasteel zag men vaak _____
_____.
|
Antwoord |
3. De lakse advocaat liet de getuige pas na
_____ _____.
|
Antwoord |
4. De slinkse pokerspeler moet om te winnen
op _____ _____.
|
Antwoord |
5. Op het kuuroord kon men in verschillende
_____ _____.
|
Antwoord |
6. Volgens de overlevering moest een ster de
drie _____ _____.
|
Antwoord |
7. Om meer te willen leren, zullen
leergierige studenten steeds nieuwe _____ _____.
|
Antwoord |
8. Het toileteren was in het ziekenhuis een
probleem, er bleven soms mensen in de _____ _____.
|
Antwoord |
9. De jongleur kon met een hand met zes
_____ _____.
|
Antwoord |
10. Voor een nieuwe prothese moest de man
uit verschillende tinten _____ _____.
|
Antwoord |
11. De deltavliegers konden veilig in de
_____ _____.
|
Antwoord |
12. De jongen gaf de afstand door die zijn
_____ _____.
|
Antwoord |
13. De vrienden kunnen de cijferpuzzel niet
oplossen, omdat zij niet op de _____ _____.
|
Antwoord |
14.
De kunstenaar kon soms op een dag drie _____ _____.
|
Antwoord |
15.
Het gaat eerst in de hel vriezen voordat baronnen en _____ _____ _____.
|
Antwoord |
16.
Rond de strooppot zag ik een paar ______ ______.
|
Antwoord |
17.
Vanwege mond- en klauwzeer mogen de boeren hun schapen niet meer in de ______ ______.
|
Antwoord |
18.
Ik laat vuile was altijd ______ ______.
|
Antwoord |
19.
De hotelgasten lieten de eigenaar op hun ______ ______.
|
Antwoord |
20. De ongediertebestrijder liet een doos met ______ ______.
|
Antwoord |
21. Weet jij wat voor mensen er in die dure ______ ______?
|
Antwoord |
22. De seizoenswerkers moesten in het veld de hele dag ______ ______.
|
Antwoord |
23. Tegen weer andere seizoenswerkers zei de archaisch sprekende
aardappelteler: "Dat men de groene late zitten en de ______ ______."
|
Antwoord |
24. De net zo archaisch sprekende legerofficier: "Dat niemand met zijn
______ ______!"
|
Antwoord |
25. De archeoloog kon maar moeilijk de waarde van die ______ ______.
|
Antwoord |
26. Dit is zoveel meel, dat kun je het beste met ______ ______ ______.
|
Antwoord |
27. De verlader riep naar boven: "Laat de ______ ______!"
|
Antwoord |
28. Even later riep dezelfde verlader naar beneden: "Laat die ______
______!"
|
Antwoord |
29. Ik wil de bladeren droog hebben, dat is waarom ik tegen de ______ ______.
|
Antwoord |
30. De ene rijstkorrel zei tegen de andere: "Ik hoop dat ik bij jouw in
de ______ ______."
|
Antwoord |
31. Ik koos zelf voor nummer twaalf, maar ik dacht dat de anderen naar ______ ______.
|
Antwoord |
32. Ik hoorde de ezels bij die stapel ______ ______.
|
Antwoord |
33. Ik zag hoe hij zijn waswater in de ______ ______.
|
Antwoord |
34. Met de juiste muziek erbij kan ik wel twintig ______ ______.
|
Antwoord |
35. De architect kon gemakkelijk het aantal ______ ______.
|
Antwoord |
36. De verkoper moet voor een klant soms wel acht ______ ______.
|
Antwoord |
37. Het huis is gered doordat zij op tijd die ______ ______.
|
Antwoord |
38. Hij vindt het niet leuk dat ik hem elke keer met het verhaal van die
verbogen ______ ______.
|
Antwoord |
39. In die donkere steeg vol oude lepeltjes en zilverpapier zag ik laatst
twee ______ ______.
|
Antwoord |
40. De winkelier vroeg zich na de inbraak af waar zijn ______ ______.
|
Antwoord |
41. Als straks de Baltische bezoekers komen, moet je vooral op de ______
______.
|
Antwoord |
42. De telefoon ging net toen ik aan de ______ ______.
|
Antwoord |
43. Het is omdat we met twee families in deze boerderij willen wonen, dat ik
de ______ ______.
|
Antwoord |
44. De vogelverschrikker had ______ ______.
|
Antwoord |
45. Op antiekveilingen heb ik geen belangstelling voor tin, ik ben meer een
______-______.
|
Antwoord |