Religieraadsels


Hier vind je een collectie raadsels en puzzels die te
maken hebben met de heilige schriften.

Er zijn puzzels bij, waar ik geen antwoord geef. Dit zijn
de zogenaamde zoekpuzzels, die moet je zelf zoeken en de
gevonden antwoorden naar mij toesturen.


Weet jij religiepuzzels die ik hier niet heb, stuur mij ze dan, a.u.b.


~~~'***'~~~

bijbel

1. Het Graf dat at,
Die daar in zat die bad.
Het Graf dat leefde,
En die daar in zat die beefde


Antwoord
2. De Koningin van Seba die Salomo's wijsheid wilde testen vroeg hem op een dag het volgende:

2a: "Een vrouw zei tegen een kind: jouw vader is mijn vader en jouw grootvader is mijn man, jij bent mijn zoon en ik ben jouw zuster." Wie is die vrouw?

2b: Drie aten en dronken op aarde en waren mannelijk noch vrouwelijk van geboorte.

2c:
Een vrouw trouwde met twee en had twee zonen maar alle vier hadden ze één vader.

2d:
Op welk land heeft de zon maar één dag geschenen?

2e:
Wat is het lelijkst op de wereld en wat het mooist en waarvan zijn we het zekerst en waarvan het onzekerst?

Salomo wist de  antwoorden meteen. Jij ook?



Antwoord
3. Alle citaten ontleend aan de Statenvertaling. Y = IJ.
(#) of (=) geeft aan 't Nieuwe- of 't Oude Testament.

Voorbeeld: EGZDWREGIIDODH (OT)
Antwoord: En gij zult doen, wat recht en goed is in de ogen des HEEREN. Deut. 6:18
  1. VVHHWZWNWZD (#)
  2. IDBSGDHEDA (=)
  3. BIMBH (=)
  4. YDYZDPYDYHIAY (=)
  5. DHHGEDHHGDNDHZG (=)
  6. AVIAG (#)
  7. GZMVZEIZUGZ (=)
  8. HMGOURHI (=)
  9. ZDAVGWAHBHRDH (#)
  10. GIGGVDMVL (#)
  11. DHIMHMON (=)
  12. MGIUG (#)
  13. WEKGZDV (=)
  14. MMTU (=)
  15. ENBGHELDDDDMVDIDL (#)
  16. ELVVMEH (=)



Antwoord
4. Zes clues voor zes namen, vind de zevende naam.
  1. Een voorbeeld van vriendschap.
  2. Door wien Aházia de dood werd aangezegd.
  3. Een te Joppe woonachtige lederbereider.
  4. De vader van een der volgers van Jesus.
  5. Hoe men de apostel Bárnabas te Lystre noemde.
  6. De moeder van de Koning van Juda, na Joram.



Antwoord
5.
  1. Een Veldheer van Nebukadnézar.
  2. De stad, 40 km stroomopwaarts van waar de Israëlieten droogvoets door de Jordaan gingen.
  3. De man, die een kuil groef voor anderen.
  4. Wat de Farizeër (in de gelijkenis) van alles wat hij bezat, gaf.
  5. Wie zijn loon waardig is.
  6. Wat men niet in oude lederzakken doet.
  7. Wat Jeduthun was van Obadja.
  8. De moeder van Mozes.

Vind een jongeman die bijna gedood werd, en vertel waarom.


Antwoord
6. Het enige echte raadsel dat in de Bijbel staat.

"Spijze ging uit van de eter,
en zoetigheid van de sterke"

Ra, ra wat het is?


Antwoord
7. In de historisch belangrijke Talmoed komt een fragment voor waarin beschreven wordt hoe de nalatenschap van een overleden man aan zijn drie vrouwen het beste eerlijk verdeeld kan worden. (Vrij) vertaald:

" Als een man getrouwd zou zijn met drie vrouwen en stierf, en als de ketubah* 100 zuz** bedraagt voor de eerste, 200 zuz voor de tweede en 300 zuz voor de derde vrouw, en als zijn nalatenschap slechts 100 zuz omvat, verdelen zij het gelijkelijk. Als het nalatenschap 200 zuz omvat, krijgt degene met de 100-zuz ketubah 50, en de andere twee elk 75. Als de nalatenschap 300 zuz omvat, krijgt degene met de 100-zuz ketubah 50, die met de 200-zuz ketubah 100, en die met de 300-zuz ketubah 150."

*: De ketubah is een soort levensverzekering/bruidsschat die uitgekeerd zou moeten worden aan de vrouwen.
**: De zuz is de munteenheid uit die tijd.

De man laat klaarblijkelijk steeds te weinig na om aan alle wensen tegemoet te komen, dus moet het zo eerlijk mogelijk verdeeld: in het ene geval schrijft de talmoed voor dat het gelijk wordt verdeeld, in het andere proportioneel, en in het middelste geval wordt een wel heel vreemde oplossing voorgesteld. Vervolgens gaat de talmoed echter verder met algemeen te beweren dat allerlei andere gevallen op soortgelijke wijze verdeeld dienen te worden, zonder dit nader toe te lichten. Wie van jullie ontdekt hierin de logica?



Antwoord
8. Kees heeft vier geschriften voor zich liggen; de Talmoed, de Bijbel, de Koran en de Torah. Tot zijn verbazing leest hij in een van die geschriften een passage waaruit blijkt dat pi iii is. Welk geschrift las Kees, en welke passage?


Antwoord
9. Op een avond zitten Maria en haar mannelijke gast met twee mannen en twee vrouwen aan tafel voor het avondmaal. De zes zaten aan een ronde tafel. Dit is wat Maria er van weet:

Petrus zat aan de linkerkant van de vrouw die aan de linkerkant zat van de man die aan de linkerkant zat van Ruth.

Ester zat aan de linkerkant van de man die zat aan de linkerkant van de vrouw die zat aan de linkerkant van de man die zat aan de linkerkant van de vrouw die zat aan de linkerkant van Maria's gast.

Markus zat aan de linkerkant van de vrouw die zat aan de linkerkant van Paulus. Maria zat niet naast haar gast. Wat is de naam van Maria's gast?



Antwoord
10. Geef een vers dat ook in het onderstaande rijtje thuis hoort.

Jesaja 14:12
1 Koningen 22:22
Mattheüs 7:6
Openbaringen 9:11
Efeziërs 2:2
Kolossenzen 1:13



Antwoord
11. Welke tekst wordt bedoeld en waar vind je het in de Bijbel?




Antwoord
12. Menigeen zit in mijn eerste,
Zucht dan O! Wee! en ach!
Daar ik zwaar ben om te dragen
Bij de last van elke dag;

Maar houd moed: 'k zal minder worden,
Als gij roept om hulp tot God.
Hij wil graag u helpen dragen,
Als gij u houdt aan Zijn gebod.

Wil 't geloven: van mijn eerste
Is mijn tweede meest de schuld
Daarom hoed u voor mijn tweede,
't Zij 't u strijd kost en geduld.

Mijn geheel vindt gij in boeken,
Soms op één bladzijde wel tien!
'k Hoop dat ge in uwen bijbel
Mij niet al te veel zult zien.


Antwoord
13. Mijn woord drie lettergrepen telt,
Dat u de naam een mans vermeldt;
Is in het Nieuwe Testament
Als een Apostels metgezel bekend.

Voeg bij mijn eerste deel een k,
Een zeil- of vaartuig ziet u dra;
Mijn tweede, dubbel, zegt u
Een meisjesnaam, u weet het nu.

Een speeltuig is mijn derde deel,
En zangers prijzen mij zeer veel;
In psalmgezang en in koraal
Vind ik nog steeds een goed onthaal.


Antwoord
14. Vorm uit de onderstaande letters een Koning van Babel.

ACDEHILMOORV


Antwoord
15. De goed gerangschikte letters geven een tekst aan uit het Evangelie van Johannes. De letters staan nu echter niet goed.

rangschik de letters

Antwoord
16. Zoek een woord van zes letters, die de naam van
een stroom in het Midden-Oosten geeft. Schikt u
die letters enigszins en haalt u één dubbele weg,
dan krijgt u de naam van een geloofsheld die aan
die stroom 'n merkwaardige nacht doorbracht.

Vind de stroom (6) en de geloofsheld (5).


Antwoord
17. Wie was de vader van de Zonen van Zebedeüs?


Antwoord
18. De herdertjes die bij nachte lagen waren geen herders maar boeren. Waaruit blijkt dat?


Antwoord
19. Als Rachel meer vertrouwen in Jacobs God had gehad, dan had ze niet zogenaamd bloedend op haar ??????? gezeten.


Antwoord
20. Zij die bang zijn gaan niet.
Zij die knielde en dronken gaan niet.
Zij die met hun tong slurpte,
wat gingen die doen?


Antwoord
21. Verkracht maar toch bemind door een onbesnedene.
Uitgehuwlijkt aan een besnedene.
Verraden door haar eigen broers.

Hoe heet zij?


Antwoord
22. Twee keer is hij gevraagd.
Twee keer heeft hij gehoord.
Één keer is hij blind gegaan maar gered door zijn ezelin,
terwijl hij haar driemaal met zijn stok sloeg.
Driemaal moest hij vervloeken,
maar hij heeft driemaal gezegend.

Wie?


Antwoord
23. Hij kwam in de nacht.
Wist niet hoe je opnieuw geboren kon worden.
Wist niet hoe iemand uit geest geboren kon worden.
Maar hij wist veel.

Wie?


Antwoord
24. Een keer gevraagd te voorspellen maar weggevaren.
Weggegooid opgeslokt en uitgespuugd.
Weer gevraagd wel voorspeld maar niet uitgekomen
De ene dag een boom en de volgende dag de zon.

Wie?


Antwoord
25. Hij hoorde dat hij hem zou krijgen,
Maar sprak niet meer tot hij hem had.

Wie?


Antwoord
26. Toen zij het hoorde lachte zij.
Maar toen zij hem kreeg lachte zij echt.

Wie?


Antwoord
27. Hij luistert niet: Als het water rood kleurt, als de kikkers kwaken, als de muggen prikken, als de steekvliegen prikken, als de pest uitbreekt, als bijna iedereen zweren en puisten heeft, als zware hagel valt, als de sprinkhanen komen, als het duister wordt.

Wie luistert er dan nog niet?


Antwoord
28. Hij neemt de vrouw van de ander.
Probeert hem nog even bij haar laten slapen.
Maar pleegt dan dodelijk verraad.

Wie heeft dat gedaan?


Antwoord
29. Met vier maal vier bewakers en geketend aan twee van hen.
Klopte hij even later vrij aan en deed het dienstmeisje niet open

Wie?


Antwoord


~~~'***'~~~

Alle items Copyright © door de Respectievelijke Auteurs, Alle Rechten Gereserveerd.

Terug